SCHRIJF JE DIT OF DAT?

Algemeen verwijzen de aanwijzende voornaamwoorden diten dat vooruit naar het-woorden (dit huis, dat huis).

Dit refereert aan een woord dat zich dichtbij bevindt. Datheeft betrekking op een woord dat verder verwijderd is.

VOORBEELDEN

Vandaag bekijken we dit huis. Morgen hebben we een afspraak in dat huis.
Dit zijn de agendapunten: de lenteschoonmaak in het internaat en de examenplanning van het laatste semester.
Na de vergadering vertelde ik hem dit: “Ik sta volledig achter je daadkrachtige aanpak.”

Om terug te verwijzen naar een eerder genoemd het-woord of een eerder geschreven zin gebruik je het best datDit is niet fout maar in Vlaanderen eerder formeel.

VOORBEELDEN

Het belooft een prachtige zomer te worden. Dat wist de weerman gisteren tijdens zijn weerpraatje te vertellen.
Voor kerst kreeg ik een boek cadeau. Dat pronkte echter al in mijn boekenkast.
Ik sta volledig achter zijn daadkrachtige aanpak. Dat vertelde ik hem persoonlijk na de vergadering.

Vond je deze tip nuttig? Inspireer dan zeker ook anderen met mijn wist-je-datjes.

Een wist-je-datje gemist? Geen paniek. Ik heb ze hier voor je verzameld.